Zoeken   Sitemap   Links   Contact
 
Actueel
 
minisymposium 25 juni 2008
 
01-juli-2008
 
 Op woensdag 25 juni 2008 heeft het minisymposium "Een half jaar Keurmerk letselschade"  in Theater ’t Spant te Bussum plaatsgevonden. Het was een prettige en nuttige bijeenkomst. Als sprekers traden Jaap Smit, Rini Withagen en Ton Heerts op. Na de sprekers werd aan alle deelnemers, die op voorhand in groepen aan tafels verdeeld waren, verzocht te discussiëren over vooraf vastgestelde evaluatiepunten.
Er is op een open en constructieve wijze gediscussieerd. Hieronder treft u een korte samenvatting aan.
Verslag evaluatiepunten
 
Tafel 1
1.      No cure, no pay
2.      Gemengd kantoor
 
ad 1.   Vanuit de bureaus is er kritiek op de 10%-norm; er wordt gevraagd om toetsingscriteria of een bepaalde beoordeling hiervan. Op dit moment is het echter nog te vroeg om te evalueren, dit zou over een half jaar moeten gebeuren.
ad 2.   Er zijn bureaus aan tafel die het onderscheid binnen een kantoor heel duidelijk willen houden, wil je je als Keurmerkbureau kunnen profileren. Mits het bureau voor verzekeraars werkt, zouden ook de LSA-bureaus zich als Keurmerkbureau moeten kunnen profileren.
 
Tafel 2
1.      No cure, no pay
2.      Keurmerk kantoorgebonden of persoonsgebonden
 
ad 1.   In plaats van bij 10% zou er een andere grens moeten worden gesteld, te weten:
-     bij verkeersongevallen nooit en bij beroepsziekten wel, tenzij de medische aansprakelijkheid hier duidelijk is;
-     wanneer no cure no pay wordt gehanteerd, zou moeten worden vastgelegd wat de buitengerechtelijke kosten zijn en wat de opbrengst is;
-     het Keurmerk zou de leden van schriftelijke informatie moeten voorzien, waarmee de slachtoffers geïnformeerd zouden kunnen worden.
 
Tafel 3
1.      Gemengd kantoor
2.      Keurmerk kantoorgebonden of persoonsgebonden
 
ad 1.    Gezien de variëteit aan deelnemers, is deze tafel niet tot een unaniem oordeel gekomen. Advies is echter om een hardheidsclausule toe te voegen, teneinde mogelijk te maken dat eerder gestelde regels kunnen worden doorbroken. Een ieder is het er wel mee eens dat het Keurmerk niet persoonsgebonden zou moeten worden.
 
Tafel 4
1.      Gemengd kantoor
2.      Wijze van toezicht (audit)
 
ad 1.   Binnen de advocatuur moet er meer duidelijkheid komen over een ‘gemengd’ kantoor. Bij de letselschadebureaus speelt dit probleem niet, aangezien een bureau niet voor twee partijen kan werken.
ad 2.  In tegenstelling tot de schadebureaus, heeft de advocatuur de audits al goed geregeld. De centrale audit vanuit de Raad voor Rechtsbijstand zal echter niet worden voortgezet, zodat daar niet bij kan worden aangehaakt in de toekomst. Wellicht kan het NIVRE dit voor de bureaus oppakken.
 
Tafel 5
1.      Keurmerk kantoorgebonden of persoonsgebonden
2.      Gemengd kantoor
 
ad 1.   De advocaten aan tafel zijn voorstander voor een persoonsgebonden Keurmerk, terwijl de bureaus meer voelen voor een kantoorgebonden Keurmerk. Een werkgever stuurt vaak meerdere werknemers aan, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het bureau. De eindconclusie is echter om de huidige manier toch maar te handhaven.
      Opmerking: het feit dat een kantoor wel een keurmerk heeft, terwijl slechts 1 werknemer aan de eisen voldoet, zou richting slachtoffers een verkeerd beeld kunnen geven.
 
Tafel 6
1.      Keurmerk kantoorgebonden of persoonsgebonden
2.      Wijze van toezicht (audit)
 
ad 1.   De deelnemers aan deze tafel zijn overwegend van mening dat het Keurmerk kantoorgebonden zou moeten zijn.
ad 2.   Er zouden in eerste instantie ook sancties moeten worden opgesteld.
 
Tafel 7
1.      Wijze van toezicht (audit)
2.      Gemengd kantoor
 
ad 1.   Er wordt voorgesteld om een schriftelijke audit te houden. Bij het Keurmerk staat het slachtoffer centraal. Teneinde een betrouwbare indruk te geven richting slachtoffer zou er een externe audit moeten plaatsvinden.Voorts zou er in de media uitgebreide aandacht moeten komen voor het Keurmerk.
De tevredenheid van het slachtoffer moet centraal staan. Dit is echter moeilijk te meten (enquête?). Het is ook interessant om te meten of er verschil is tussen de tevredenheid onder slachtoffers die wel of niet door een advocaat worden bijgestaan.
Met betrekking tot de media meldt Jaap Smit dat er naar aanleiding van het verstuurde persbericht in ieder geval een live-uitzending heeft plaatsgevonden op Radio 1.
 
Tafel 8
1.      Wijze van toezicht (audit)
2.      Keurmerk kantoorgebonden of persoonsgebonden
 
ad 1.   Het huidige model van de gefinancierde rechtsbijstand is een goede basis om op voort te bouwen in het kader van het Keurmerk, maar ook de LSA. Het houden van audits is een indirecte kwaliteitsindicatie. Er dient echter zo min mogelijk overlap te zijn met audits van andere instellingen. Het Keurmerk zou derhalve de samenwerking tussen de diverse instellingen moeten bevorderen.
Het blijkt dat de Raad voor Rechtsbijstand in 2010 gaat stoppen met de audits. De basis valt dan weg. Er is bij de LSA voor gekozen om met schriftelijke audits te werken, zogenaamde kwaliteitsverklaringen.
 
Algemene opmerkingen
1.      De bij het Keurmerk aangesloten bureaus werken landelijk. Hier zou meer aandacht aan moeten worden besteed. Dit punt blijkt inmiddels onderkend. Er wordt derhalve getracht zo eerlijk mogelijk hiermee om te gaan.
2.      De criteria voor gemengde kantoren zouden enigszins moeten worden bijgesteld.
3.      De input van het mini-symposium is zeer waardevol en zal worden meegenomen in het beleid van de komende maanden. Wellicht zullen in de vorm van kleine commissies enkele uitkomsten worden uitgewerkt. Indien noodzakelijk zal ook zeker het College van Advies hierbij betrokken worden.
4.     De consument wordt geïnformeerd door regelmatig verschijnende nieuwsbrieven en via de website.
Het bestuur is de deelnemers aan het minisymposium zeer erkentelijk voor de gegeven input. De komende bestuursvergaderingen zullen de meegegeven punten van aandacht en kritiek worden meegewogen bij de evaluatie.
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
‹‹ Terug